Bij het uitsteken van de Nederlandse vlag wordt onderscheid gemaakt tussen “uitgebreid vlaggen” en “beperkt vlaggen”. Uitgebreid vlaggen wil zeggen dat de vlag wordt uitgestoken van alle rijksgebouwen, zoals gebruikelijk is op Koninginnedag. Bij “beperkt vlaggen” steekt men de vlag alleen uit van de hoofdgebouwen van de departementen en van de hoofdgebouwen van de instellingen die niet (rechtstreeks) onder de departementen vallen. Dit zijn de Kamers der Staten-Generaal, de Raad van State, de Algemene Rekenkamer, het Kabinet der Koningin en de Hoge Raad der Nederlanden.
Officieel protocol:
NB: dit protocol is voor overheidsinstellingen. Burgers en bedrijven wordt verzocht dit protocol te volgen maar zijn daartoe niet verplicht.
- Een vlag is een eerbetoon aan een natie en hoort daarom niet ‘s nachts buiten te hangen. Het hijsen van de vlag gebeurt dan ook bij zonsopgang, het neerhalen bij zonsondergang. Alleen wanneer een landsvlag aan beide zijden door schijnwerpers wordt belicht, mag deze na zonsondergang blijven hangen. Er is een eenvoudige vuistregel voor het uiterlijke tijdstip van neerhalen van de vlag. Dit is het moment wanneer er geen zichtbaar verschil meer is tussen de afzonderlijke kleuren van de vlag.
- Een vlag mag de grond niet raken.
- Op de Nederlandse vlag behoort, tenzij daartoe gerechtigd, geen enkele versiering of andere toevoeging te worden aangebracht. Ook het gebruik van een vlag louter voor versiering behoort te worden nagelaten. Wel mag vlaggendoek voor versiering -bijvoorbeeld in de vorm van draperieën- worden gebruikt.
- De oranje wimpel wordt officieel alleen gebruikt op verjaardagen van leden van het Koninklijk Huis en op Koninginnedag. De oranje wimpel moet minimaal dezelfde lengte hebben of iets langer zijn dan de diagonaal van de vlag.
De oranje wimpel wordt officieel alleen gebruikt op verjaardagen van leden van het Koninklijk Huis en op Koninginnedag. De oranje wimpel moet minimaal dezelfde lengte hebben of iets langer zijn dan de diagonaal van de vlag.
De Nederlandse vlag is het symbool van de eenheid en de onafhankelijkheid van het Koninkrijk der Nederlanden. De vlag behoort overal waar zij op het Nederlands grondgebied wordt ontplooid, de ereplaats te hebben. Bij de Nederlandse vlag gaat het om traditie, wellevendheid en etiquette. Met symbolen van de Staat ga je eerbiedig, fatsoenlijk en netjes om. De kleuren van de Nederlandse vlag zijn helder vermiljoen, helder wit en kobalt blauw. Een vlag moet schoon zijn en er behoort geen versiering of andere toevoeging te worden aangebracht. Een verkleurde of versleten vlag steken wij niet uit.
De vlag dient gehesen te worden aan een stok, waarvan de lengte zodanig is, dat de vlag (als zij halfstok is bevestigd) nimmer de grond raakt of het verkeer kan hinderen. Nederlandse of buitenlandse vlaggen behoren niet tussen zonsondergang en zonsopgang gehesen te worden of te blijven. Ten teken van rouw wordt de vlag half stok gehesen. Hierbij wordt eerst de vlag tot de top gehesen, waarna ze langzaam wordt neergehaald totdat het midden van de vlag op de helft van de normale hoogte is gekomen, waarna de vlaggenlijn wordt vastgebonden.
De vlag mag nooit de grond raken of ergens tegenaan slaan. Dreigt dit te gebeuren, dan dient de vlag met de uiterste blauwe punt aan de vlaggenlijn te worden vastgebonden. Bij het neerhalen van een halfstok gehesen vlag wordt deze eerst langzaam in top gehesen en vervolgens op de zelfde wijze neergehaald.
